1.4.3. Instelling van het Delfstoffen Instituut

Verworvenheden 2015-2020

Beleid:

  • Ordening van de mijnbouwindustrie.
  • Invulling geven aan SDG 9 en 16 t.w. industrie, innovatie en infrastructuur, vrede, gerechtigheid en sterke instituten.

Activiteit:

  • Operationalisering van het Delfstoffen instituut Suriname (DIS).

Beleving:

  • Dit instituut zal zorgdragen voor de promotie, coördinatie, regulering, monitoring en inspectie van de mijnbouwindustrie.
  • Dit instituut zal een toezichthoudende rol hebben op de mijnbouw sector.
  • Het Delfstoffen instituut zal alle informatie betreffende de mijnbouw sector vergaren en beheren, met deze data kan er beter gepland worden hoe de inkomsten uit deze sector besteed kunnen worden.
  • Het Planbureau zal bij het opstellen van Ontwikkelingsplannen gebruik kunnen maken van de verzamelde data door DIS.

Statistieken:

  • De transformatie van de Geologisch Mijnbouwkundige Dienst (GMD) naar het Delfstoffeninstituut Suriname (DIS) is 21 oktober 2019 formeel aangevangen.

Historisch:

  • Langer dan 10 jaar werd de instelling van het Delfstoffen instituut overwogen.
  • De bestaande instituten die belast zijn met het beheer van de mijnsector worden geconfronteerd met verouderde geologische gegevens, gebrek aan infrastructuur en uitrusting en capaciteitsproblemen op gebieden die verband houden met mijninspectie en milieumonitoring. Als gevolg hiervan zijn ze momenteel niet in staat om wettelijke termijnen voor het verlenen van vergunningen te halen, regels en procedures voor hun activiteiten te ontwikkelen en om het regelgevend kader voor ambachtelijke en kleinschalige mijnbouw te handhaven.
  • Kortom ze zijn niet in staat om een gedegen technische mening te geven over hoe de duurzame ontwikkeling van het minerale hulpbronnenpotentieel van Suriname en hoe deze kan worden bevorderd.

Motivatie:

  • De verwachte groei van de sectorale activiteiten.
  • De veranderde focus van bauxiet naar goud en andere mineralen.
  • De toenemende complexiteit van financiële, sociale en ecologische uitdagingen.
  • De toegenomen vraag naar goed bestuur en verantwoording bij het beheren van de sector.
  • De economie van Suriname is van oudsher afhankelijk geweest van winning industrieën, die een dominante rol spelen in het stimuleren van groei, export, werkgelegenheid en overheidsinkomsten. Het mineraal- en oliepotentieel van Suriname blijft grotendeels onder geëxploiteerd. Suriname bevindt zich op de geologische formatie van het Guyana Schild en heeft een zeer hoog potentieel voor een reeks mineralen, waaronder goud, diamanten en andere metaalhoudende mineralen, naast kaolien, zeldzame-aarde-elementen en afmetingsstenen.
  • De regering wil een gereguleerde en verantwoorde uitbreiding van de mijnindustrie bevorderen, inclusief verbeterde controle over informele goudwinning.
  • Een zwakke institutionele capaciteit in de publieke sector en het ontbreken van een adequaat wettelijk en regelgevend kader hebben de groeivooruitzichten afgeremd. Bovendien hebben een zwak ondernemingsbestuur in de kleinschalige mijnbouwactiviteit en het gebrek aan sociale en milieunormen de duurzaamheid en de positieve sociale effecten van de sector verminderd. Het huidige mijnbouwbeleid is gericht op het opzetten van een Delfstoffen Instituut voor Suriname